Vertelsels van Elles

Ik hoop je hier te vangen met ontroerende verhalen maar je ook te laten lachen om grappige anekdotes. Hilarische momenten uit het alledaagse leven, en met enige zelfspot beschreven gebeurtenissen uit mijn eigen leventje, dat met dertien ongelukken in een dozijn met mijn persoontje verbonden lijkt te zijn.

Blog
  • Hilarische momenten uit het alledaagse leven

    Hilarische momenten uit het alledaagse leven

  • Even onthaasten, je zorgen vergeten en je mee laten voeren.

    Even onthaasten, je zorgen vergeten en je mee laten voeren.

Boeken

Boeken

Het is een droom van iedere schrijver dat zijn/haar verhaal in boekvorm verschijnt. Twee verhalen zijn al gepubliceerd in verhalenbundels "Ik feliciteer je" en "Hemels Genot" Momenteel schrijf ik volop aan mijn eerste boek en hoop dat hier met trots te kunnen presenteren.... maar dat duurt nog wel eventjes. Men moet wat te dromen hebben toch?
Lees verder
Verhalen

Verhalen

Verhalen liggen voor het oprapen als je goed om je heen kijkt, luistert naar wat mensen meemaken. Een klein stukje is soms voldoende om mijn vingers over het toetsenbord te laten vliegen, mijn honger te voeden
Lees verder
Blog / column

Blog / column

Blog met hilarische momenten uit het leven gegrepen.... Column met grappige vertelsels maar ook diepzinnige onderwerpen passeren, vragend om gelezen te worden.....
Lees verder
Gedichten

Gedichten

Met liefde voor je geschreven rechtstreeks uit mijn hart vooruit gedreven uit vreugde of smart
Lees verder

Racemonster 3

 

In België mag je je eigen kind rijles geven.
Dat verklaart veel, hoor ik jullie denken.
Ik zeg niks…

 

 

 

Stuurervaring
Vijf jaar geleden heb ik Sven rijles gegeven en nu is Max aan de beurt. Hij heeft in 1 keer zijn theorie gehaald en daar ben ik best trots op. Max heeft al een klein beetje stuurervaring: hij helpt bij zijn oom om foto’s en gegevens van gebruikte vrachtwagens op de internetsite te plaatsen en mag dan in een golfkarretje over het grote terrein racen. Of soms zelfs vrachtwagens verzetten.

Max is in tegenstelling tot zijn broer en ikzelf niet zo’n snelheidsduivel, alles op het gemakje. Hij heeft ook nooit zijn brommer rijbewijs willen halen. Terwijl ik mijn Puch Maxi had opgevoerd tot hij 60 km per uur ging, compleet met dikke uitlaat voor het geluidseffect.

Spelletje
Zijn andere ‘rij’ ervaring heeft Max opgedaan via racespelletjes zoals F-1 en Gran-Turismo op de Playstation in een playseat met gas- en rempedalen en een stuurtje. Dit leverde zowel bij Sven als Max een goed reactievermogen op. Maar Max ziet de playseat als een spelletje, in het verkeer wil hij zich aan de snelheid houden en hij houdt zeker niet van agressief rijgedrag.

Wie rijdt wie
Maar terug bij de rijlessen. Zodra je je theorie-examen hebt gehaald, moet je bij de gemeente een aanvraag indienen voor een voorlopig rijbewijs. Op dit formulier wordt één ouder als instructeur genoteerd. We hadden afgesproken dat ik dat zou zijn. Nu ben ik niet degene met de hoogste no-claim opbouw binnen het gezin maar ik ben wel de enige met een schakelauto. En ik heb waarschijnlijk meer geduld (om urenlang zomaar rond te rijden).

Mijn auto was nog bij de garage om uitgedeukt te worden van een schade aan de rechterflank als gevolg van een foute inschatting tijdens het parkeren (ik zie geen diepte), toen ik Max zijn eerste rijles ging geven. Hij wou (heel begrijpelijk) zo snel mogelijk achter het stuur toen zijn felbegeerde voorlopige rijbewijs binnen was. Daarom zat er niks anders op dan de automaat van Gérard te pakken. Achteraf een goed idee want op deze manier kon Max zich volledig concentreren op het sturen en nemen van bochten zonder steeds na te hoeven denken in welke versnelling hij moest schakelen.

Eerste rijles
We gingen eerst naar een wijk in aanbouw. Hier waren de straten en stoepranden al aangelegd maar was het lekker rustig. Er waren drie bouwvelden waar huizenblokken zouden komen zoals we op het grote billboard konden zien. Ideaal oefenparcours. Bochtjes naar rechts, bochtjes naar links. In het begin zeer ruime bochten, beetje Engelse rijstijl, maar na een paar rondjes werden ze steeds strakker en bleef de auto op de juiste weghelft. We gingen gelijk over naar een tweede vaardigheid, achteruit bochtje om en vervolgens leren draaien op de weg. Toen dit allemaal goed verliep werd het tijd om de echte weg op te gaan. Dit was best wel spannend, temeer omdat ik een gehandicapte rijinstructeur ben (nee niet door het gemis aan dieptezicht), immers ik beschik vanaf mijn bijrijdersplek niet over een rempedaal zoals in een echte rijlesauto wel het geval is. Daarnaast ben je afhankelijk van het kleine lullige extra achteruitkijkspiegeltje dat met een zuignap op de voorruit is bevestigd. Nadeel is dat je je zonneklep dus niet meer naar beneden kan doen want dat belemmert het zicht van het zo broodnodige spiegeltje. De buitenspiegels staan afgestemd op de bestuurder dus alles wat er achter je gebeurt kan je alleen volgen in dat gekke spiegeltje dat bij elke beweging in het wegdek van stand verwisselt en meer van de achterbank laat zien dan het overige wegverkeer.

Vertrouwen
Bij het lessen gaat het om vertrouwen in je kind; dat hij direct luistert als je stop zegt en je aanwijzingen nauwkeurig en zonder in discussie te gaan opvolgt. Maar ook dat je zelf kalm blijft want als jij schrikachtig reageert, weet je niet hoe hij daarop zal reageren. Daarom reed ik voor les twee eerst maar even zelf door ons dorp tot we op een provinciale weg kwamen waar we weer van plaats wisselden. Dit hebben we een aantal keren zo gedaan tot het tijd werd voor het echte werk: rijden in een schakelauto en natuurlijk oefenen op de Ring van Antwerpen.

Klotsende oksels
Met klotsende oksels reed Max voorbij het Sportpaleis. Wees gerust, het was op zondag. Maar wel net het laatste weekend dat de winkels nog open mochten zijn voordat de recente strengere coronamaatregelen werden ingevoerd. Mijn suggestie om er bij afslag Zuid af te gaan en een stukje stad mee te nemen leverde wel een stressmomentje op want er rijden ook trams in ’t Stad. Het inparkeren sloegen we maar over, Max wou zo snel mogelijk terug naar huis.

“Voorlopig wil ik niet meer op de Ring oefenen mama”, zei hij.

Genen
We zijn weer twee weken verder en meneertje rijdt alsof hij al jaren zijn rijbewijs heeft.  Ook op de Ring. Het schakelen verloopt soepeltjes. Een natuurtalent. Het zweet in onze oksels is allang opgedroogd. Jammer dat door de coronamaatregelen er geen afspraak gemaakt kan worden voor het afrijden. En ik wil dat hij ook nog een aantal lessen bij een echte rijschool neemt om de puntjes op de i te zetten, en om in de spits op de Antwerpse Ring te oefenen. Want dat vind ik de kat op het spek binden met mijn nu weer smetteloze, deukvrije racepaardje. Tot die tijd gaan we gezellig elke zondag toeren. En natuurlijk ook ’s avonds in het donker; en als het regent; en in de mist.

O ja, meneertje houdt zich keurig aan de snelheid en berispt mij nu als hij naast me zit haha. Regelmatig krijg ik wat feitjes mee van de verkeersregels.

Maar onlangs hadden we de automaat van Gérard nog eens mee en ontdekte Max de kick-down….. Op dat moment wist ik zeker dat hij een zoon van mij was. Het racemonster was ook in hem ontwaakt.

 

 

Racemonster deel 2

 

In mijn vorige blog schreef ik over mijn passie voor auto’s en racen. Doorgaans gedraag ik me als een ‘heer in het verkeer’ al gaat die uitdrukking tegenwoordig al lang niet meer op. Het is een uitdrukking uit de vorige eeuw, waar mensen een invoegende auto ruimschoots de ruimte gaven om in te voegen.

 

Brutaal zijn

Nu moet je brutaal zijn en je auto ertussen duwen anders beland je van de invoegstrook op de vluchtstrook. Een tijd waarin mensen niet aan bumperkleven deden en niet ongeduldig op de claxon drukten als de auto voor hen niet direct optrok bij het groene stoplicht.

Lock-down

Tijdens de eerste corona-golf kwam België in een totale lock-down. We mochten alleen essentiële verplaatsingen doen, dus mijn cabriootje kwam hooguit eenmaal per week van de oprit om naar de plaatselijke supermarkt te rijden. Het gaspedaal bleef hangen bij 50 km per uur. Nu kwam me dat wel even goed uit want het ging niet zo goed met me tijdens de coronacrisis. Mijn zo geliefde ritjes naar Middelburg werden stopgezet en mijn wereldje werd klein, heel klein, net als dat van jullie. Alleen werd ik ook nog geplaagd door enorme paniekaanvallen. In maart zou ik starten met de Hbo-opleiding voor communicatiemedewerker B in Utrecht. Maar ook dat werd een paar maanden uitgesteld.

Overwinning

Mijn vreugde was dan ook groot toen ik op 9 juni voor het eerst de grens over mocht naar Utrecht voor mijn eerste les. Het voelde vreemd om na zoveel maanden weer op de snelweg te rijden en in de tussentijd was ook de maximumsnelheid in Nederland teruggebracht van 130 naar 100 km/u. Rustig reed ik op de rechterrijstrook, heb zelfs geen auto’s ingehaald. Acclimatiseren, go with the flow. Wat hieraan mee hielp was dat ik in de stationwagen van manlief reed, een uiterst comfortabele automaat waarin je lekker kunt cruisen.

De dag verliep goed, leuke groep medecursisten, 15 in totaal. Een ouderwetse ‘examen’ opstelling van de tafeltjes, keurig op 1,5 meter afstand van elkaar. Iedereen moest zich voorstellen via een korte pitch, veilig vanaf je eigen tafeltje. Alleen toen ik aan de beurt was moest ik voor de klas komen. Van schrik vertelde ik een totaal ander verhaal dan wat ik thuis had voorbereid. Maar het was me gelukt. Zonder paniekaanval. Een moment van overwinning!

Kuifje

In deze euforie reed ik om 19.30 uur na de les weer terug naar huis. Bij de afslag Roosendaal/Nispen stond ik links voorgesorteerd bij het stoplicht te wachten. Naast me stond een hippe Seat Ibiza, spoilertje, getinte ruiten. De bestuurder was een leuke vent met een blonde kuif. We lachten naar elkaar en toen het groen werd gaf hij een spuit gas. Omdat hij rechts van me stond haalde hij mij dus rechts in en ik gaf toe aan de verleiding. “Jij gaat mij niet rechts inhalen Seat-rijdertje. Ik trapte het gaspedaal diep in en de automaat schakelde razendsnel op. Ik reed het Seatje er zo uit. Op de provinciale weg ging het Seatje mij opeens inhalen over een doorgetrokken streep. Ik had al gas teruggenomen en klapte hoog boven mijn stuur in mijn handen. “Jij wint klootzakje”. Opeens lichtte er in de achteruit van het Seatje een rood stopbordje op.  Politie Volgen! “Shitterdeshit”. Met kloppend hart volgde ik het opeens niet meer zo toffe autootje bij de rotonde naar rechts. Ik stopte en deed mijn raampje naar beneden waar ik de nog altijd knappe man aankeek.

Waar bent u mee bezig?

“Waar bent u mee bezig mevrouw?”, vroeg hij “U reed 100 km per uur waar u 50 mocht. Weet u wat dat kost? Zo’n 600 euro!” Ik slikte even en probeerde niet te gaan huilen. Zo snel kan je stemming dus omslaan. Hij vroeg om mijn rijbewijs. Shit, waar was mijn tas?
“Ik weet het meneer, ik ben zwaar fout. Had niet in de gaten dat ik zo hard reed. Ik rijd voor het eerst sinds de Lock down en had de nieuwe auto van mijn man meegekregen, een automaat. Ben ik niet gewend. En ik besef nu ook dat mijn handtas met rijbewijs nog in mijn eigen auto ligt dus tel dat maar op bij de bekeuring.”  Ik kon hem gelukkig wel mijn identiteitsbewijs overhandigen. Hij liep even naar zijn auto en kwam daarna terug.

Wat zullen uw kinderen zeggen

“Wat bezielde u?” vroeg hij nogmaals. Ik legde uit dat ik naar school geweest was, en me de hele tijd netjes aan de snelheid had gehouden, tot ik hem met dat knappe koppie en kuifje naast me zag in die getunede Seat. En had gedacht toen hij rechts er vandoor stoof dat ik me niet ging laten doen.
“Heeft u een man en kinderen mevrouw, wat gaan die zeggen als u onder politie surveillance wordt thuisgebracht?”
“Ik heb twee zonen, eentje van 24 en eentje van 20. Mijn man wordt boos en de oudste van 24 heeft net een snelle auto gekocht en ik heb hem al wel drie keer gewaarschuwd dat hij zich niet moet laten uitdagen voor een race door van die Seatjes en Golfjes. En nu heb ik er zelf aan meegedaan.”  Hij keek me een ogenblik aan.
“Nou rij maar naar huis”, zei hij. Ik zei dat ik even uit moest stappen en wat water moest drinken, dat ik erg geschrokken was.
“U begrijpt me niet”, zei hij. “U mag naar huis. Het blijft bij een waarschuwing. Ik zie dat u goed geschrokken bent en dit nooit meer zult doen.” Ik kon me niet verroeren, had hem wel willen zoenen maar tja corona he. Hij stapte in, zwaaide nog even lachend naar me en reed weg. Ik stond nog steeds te shaken.

Snelheidsmeting

Thuisgekomen deed ik mijn verhaal. Gérard laaiend natuurlijk, Max en Sven kwamen niet meer bij. “Ik denk dat het weer wat beter met je gaat mama als je gaat flirten bij het stoplicht”, lachte Max. “Zat hij alleen in die auto en heeft hij een snelheidsmeting gedaan?”, vroeg Sven. Hij kijkt altijd naar Blik op de Weg en wist te vertellen dat een agent alleen geen snelheidsmeting kan doen en dan geen bekeuring kan uitschrijven. Ik hield het er maar op dat meneer de agent gecharmeerd was van mijn open en eerlijke bekentenis dat ik gevallen was voor zijn knappe koppie en me had laten ‘verleiden’ tot een racemomentje.

Ik ben er goed van af gekomen. Ik kijk voortaan recht vooruit bij de stoplichten.

Racemonster

Een paar weken geleden was ik onderweg naar mijn opleiding voor communicatiemedewerker in Utrecht. Ik genoot met volle teugen in mijn cabriootje met het dakje open van het zonnetje. Het was een van de laatste zonnige dagen voordat de herfst haar intrede zou doen. De radio stond redelijk hard aan maar boven dat geluid uit hoorde ik het al. Het diepe aanzwellende geronk van een uitlaat. Ik hoorde hem lang voordat ik hem in mijn buitenspiegel zag komen. En toen zoefde hij me voorbij… Een zwarte Ford Mustang.

Racen

Het geluid van sportwagens laat mijn hart sneller kloppen. Sinds ik het me kan herinneren ben ik altijd al gek geweest op auto’s en autorijden. Mijn vader was vertegenwoordiger en kreeg om paar jaar een nieuwe auto. In die tijd (eind jaren zestig) waren er nog geen leaseauto’s en gingen we helemaal van Halsteren naar Groningen om de auto (altijd een Ford) om te ruilen. Mijn vader was sigarettenvertegenwoordiger bij Niemeyer en de fabriek en het hoofdkantoor stond in Groningen. Mijn vader reed eerst Ford Escorts, stationwagens. Dan mocht ik in de kattenbak als we met ons gezin naar opa en oma gingen in Terneuzen. Mijn zussen moesten op de achterbank en zaten vaak te bekvechten, ik was blij met mijn eigen koninkrijkje helemaal achterin. De zijraampjes waren op doordeweekse dagen afgedekt met reclameplaten maar die mochten er bij privégebruik af, dus in het weekend had ik 3-D uitzicht. En ik herinner me ook doldwaze ritjes naar de vuilnisbelt De Kragge in Bergen op Zoom waar we over een slingerweg naar toe reden en ik op de terugweg wederom met een vriendinnetje in de kattenbak zat en we alle kanten op vlogen omdat mijn vader door de bochten racete alsof hij op het circuit van Zandvoort reed. Op een dag maakte mijn vader promotie en kreeg hij een Ford Taunus, een goudkleurige sedan uitvoering met bruin vinyl dak en toen was de kattenbak-tijd afgelopen. Ik herinner me ook dat we in de winter als het sneeuwde met onze slee achter de bumper werden vastgemaakt en zo door onze wijk werden voortgetrokken en uitwaaierden in de bochten. Grote hilariteit. Het indrukken van het gaspedaal en door de bochten scheuren heb ik vast en zeker van mijn vader geërfd. Maar ik dwaal af…

Racegeluid

Toen ik mijn man Gérard leerde kennen was hij Formule 1 fan. Samen met Carlo, zijn beste vriend ging hij naar F-1 races en op zaterdag en zondag werd iedere training en wedstrijd nauwgezet gevolgd op tv. Ik ging me er ook voor interesseren. Het werd zelf zo erg dat toen ik zwanger was van Sven en erg ziek was, ik zoveel trainingen en races had gezien dat ik verslaafd was geraakt aan het race-geluid. Ik weet nog dat ik opgenomen was wegens het vele braken tijdens de eerste maanden en dat ik in het donker moest liggen. Ik mocht geen bezoek en ook geen TV kijken. Maar de radio mocht aan en het geluid van de racende Ferrari en Mercedes accelererend door de bochten, bracht, hoe gek het ook klinkt, rust.

 

Passie voor (snelle) auto’s

Ik denk dat het hier gebeurd is dat baby Sven, nog veilig in mijn buik, ook al een passie voor auto’s ontwikkelde. Hij was drie toen hij aan de koplampen in het donker al kon herkennen welk type auto er achter ons reed. En uit zijn buggy sprong in Knokke op vierjarige leeftijd en bij een kledingwinkel naar binnen rende: “Mevrouw heeft u mijn Viper gevonden? Hij is wit met een blauwe streep op het dak en de motorkap”. De dame dook onder de toonbank en haalde een mand met gevonden voorwerpen tevoorschijn. Met een blij gezichtje pakte Sven het autootje dat hij een jaar geleden! in die winkel tijdens het passen van kinderkleding was vergeten.

Toen hij naar internaat moest op 13 jarige leeftijd in Knokke was zijn grootste troost dat er in de mondaine badplaats veel mooie en dure auto’s rondreden. Op zijn eerste vrije woensdagmiddag (terwijl ik me thuis zorgen om hem maakte, denkend dat hij heimwee had) was hij de Mercedes-Benz dealer binnengestapt en wist hij de autoverkoper meer over het allernieuwste type te vertellen dan de man zelf wist. Het leverde hem een proefritje op in een Mercedes SRS AMG.

Max, onze andere zoon heeft niet zo’n passie voor auto’s maar moest tijdens onze vakanties in Italië met tussenstop in Duitsland altijd mee naar allerlei automusea van Mercedes, Porsche, Ferrari en een rondleiding op de fabriek van Lamborghini.

Midlife-crisis

Toen ik 40 werd verraste mijn man me met een zwarte Renault cabrio. Toen hij zelf 43 werd  kwam hij plots thuis met een oldtimer Ferrari. Een rode 348TB. Miami Vice.

We hebben er een keer mee op het circuit van Spa-Francorchamps gereden op de Ferrari dagen. We werden aan alle kanten ingehaald, want Gérard was net met beide armen uit het gips en er zat geen stuurbekrachtiging op die auto. We reden niet harder dan 140 hihi. Elke bocht was zwaar zwoegen. Zelf heb ik in die auto een keer 200 gereden op de snelweg naar Vlissingen. Doodeng want je zit zo laag dat je ogen op gelijke hoogte zijn als de vangrail. Maar het geluid als je optrok… mijn hart gaat er nog sneller van slaan. Helaas heeft het rode racemonster maar amper een jaar in onze garage gestaan. Met twee kleine kinderen niet zo praktisch en na de recessie in 2007 had Gérard zijn centen liever terug op de bank. De midlifecrisis was voorbij en de Ferrari ging terug naar de stal. Het financiële verlies was ongeveer zoveel als een weekje vakantie, maar nu habben we een jaar plezier gehad.

De autoliefde blijft wakkeren, we bezoeken nog steeds in heel Europa musea, hebben twee jaar terug een bezoek gebracht aan de fabriek van Williams Racing in Grove Engeland. En niet te vergeten de bezoekjes aan F1 in Spa-Francorchamps. Of te voet het hele circuit in Monaco afleggen en elke bocht evalueren.

Besmet met autovirus

Vorige week zondag ging ik een ritje door Zeeland rijden met Sven in zijn nieuwe auto. Hij werkt er hard voor en heeft gevraagd of hij nog vijf jaar thuis mag wonen om zijn droom te kunnen realiseren. Hij had hem besteld lang voordat Corona haar intrede deed. Nu biedt het nog een lichtpuntje in deze rare tijd.

We vertrokken dus naar Schouwen-Duiveland, voldoende rustige wegen om even los te gaan. Raampjes open en zijn AMG-geluid laten knallen. Van 0-100 in 4,5 seconden. Een racemonster. Ik weet dat ik nooit de sleuteltjes zal krijgen maar mocht dan toch wel een eindje achter het stuur het gaspedaal intrappen met meneertje naast me. Maar het liefst zit ik naast hem, dat geluk op zijn gezicht, de stralende oogjes, verliefd. Zo blij, nog blijer dan dat driejarig jongetje die zijn Viper terug had na een jaar. Mijn moederhart hoopt dat hij geen onverstandige dingen gaan uithalen en dat hij vele veilige kilometers mag rijden.

Doofstom

Sinds half maart zijn we in de ban van corona. Daarvoor was het een beetje ‘een ver van ons bed show’ in China maar alle reizende wereldburgers brachten het gemene virus de hele wereld rond. Geen land bleef gespaard. België (waar ik woon) ging in lock-down en omliggende landen hadden ieder hun eigen regels.

 

Coronaregels

Maar in de meeste landen gelden anderhalve meter afstand, vaak je handen wassen, bij verkoudheidsklachten thuisblijven en in je elleboog niesen. Drie maanden mochten we de grens niet over, wat veel consternatie veroorzaakte zowel in Nederland als België.

Langzaamaan werden de strenge maatregelen versoepeld. Winkeliers mochten de deuren terug openen, restaurants serveerden weer eten op het buitenterras. Vakanties werden aangepast naar een reisje in eigen of een naburig gelegen land. Met als gevolg dat de Nederlandse kust overspoeld wordt door Duitsers en Belgen en natuurlijk Nederlanders.

Mondkapjes

De versoepeling kon niet anders dan het gevolg hebben dat een tweede coronagolf in aantocht lijkt te komen. In Antwerpen-stad maar ook de gehele provincie lopen de besmettingsgevallen weer hoog op. Daarom besloot de regering tot extra maatregelen. Het dragen van mondkapjes werd verplicht in winkels, openbare ruimten en sinds kort nu ook gewoon op straat. Ik vond het een beetje vergezocht om met een mondkapje op onze hond uit te laten in een bijna verlaten polder. Toch werd ik door de enkele andere wandelaar of fietser die ik tegenkwam boos vanboven hun eigen mondkapje aangekeken.
Vrijdag liep ik met mijn mondkapje onder mijn kin opnieuw met de hond buiten. Er kwam een politiebusje voorbij dat enkele meters verderop stopte. Ik trok het kapje snel over mijn neus omhoog en bleef even treuzelen. Toen ik verder liep en bijna bij het busje was en zij mij via de zijspiegel goed konden observeren, reden ze door.

Doof

Zaterdag werd ik wakker met een dicht linkeroor. ’s Zomers slaap ik vaak met oordopjes in omdat door het open slaapkamerraam te veel geluiden binnenwaaien die mij uit mijn lichte slaap wekken. Door de enorme warmte van afgelopen vrijdag is er denk ik een klein stukje wax van het oordopje in mijn oor achter gebleven. Toen ik dan ook met mijn mondkapje op de straat op ging voelde ik mijn doofstom. Het plezier om buiten te lopen en de frisse lucht op te snuiven was geheel in stof opgegaan. Het vrolijke gekwetter van de vogels gedempt. Je kan niet meer naar je medemens glimlachen want niemand kan het zien.

Opeens dacht ik aan al die vrouwen met een boerka. Zij moeten zich altijd zo voelen.

Alles bedekt onder de mantel van het geloof, maar ik voel me van mijn vrijheid beroofd. De vrijheid om vrij te ademen in de natuur.

Doorgeslagen

Ik heb er alle begrip voor om een mondkapje te dragen in de winkels of bijvoorbeeld in een hele drukke winkelstraat. Maar de mensen zijn helemaal doorgeslagen. Ze rijden met een mondkapje op in de auto terwijl ze er alleen in zitten! Je zweet achter dat mondkapje en ik vraag me af of iedereen steeds een nieuwe opzet, of dagelijks het stoffen mondkapje in de wasmachine gooit. Ik denk dat het meer bacteriën verspreidt dan tegengaat.

Meten met 2 maten

Toch blijft er iets aan mij knagen. Hoeveel dorpsgenoten die mij hier met een mondkapje voor op de fiets of op straat boos aankijken als ik hem onder mijn kin heb hangen, zouden zelf in hun auto stappen om zonder mondkapje in Roosendaal of Bergen op Zoom boodschappen te gaan doen? Of daar op een terrasje neerstrijken, of naar de Zeeuwse stranden rijden omdat het daar zo heerlijk bevrijdend is zonder mondkapje?

Van de Dikke naar de Dunne – EINDE

 

 

 

Langzaam komt het leven weer op gang nu de grenzen in België weer open zijn. En noodzakelijke verplaatsingen ook over de grens in Nederland mogen plaatsvinden. Sinds 15 juni mogen we op familiebezoek dus ging ik de grens over om mijn moeder te bezoeken in Halsteren en mijn tweede moeder in Roosendaal. En er was nog een andere noodzakelijke verplaatsing…

 

 

 

Maatje minder

Enkele weken later reed ook naar het centrum van Roosendaal want door de Coronacrisis en mijn paniekaanvallen was ik nog eens tien kilo afgevallen en moest mijn garderobe compleet vernieuwd worden. Een noodzakelijk verplaatsing dus. De winkeldames waren heel blij met mijn bezoekje, de beste omzet sinds tijden hahaha.

Gevoel

De (korte) broeken, jurken en shirtjes die ik vorig jaar zomer had gekocht waren nog in maat 46 en nu pas ik in maatje 42. Niet te geloven. Het was heerlijk om in passende kleding rond te kunnen lopen, dat doet wat met je zelfvertrouwen. En voor het eerst kon ik ook blij zijn met mijn nieuwe lichaam. Ik weet nog dat mensen een jaar na mijn GBP-operatie vroegen hoe ik me voelde, doelend op mijn slankere verschijning. Ik voelde er niks bij.

Spiegeltje spiegeltje

Het gekke was dat wanneer ik in de spiegel keek , ik iemand anders zag. Ik was nog niet vereenzelvigd met deze nieuwe persoon. Mijn schouders veel smaller, mijn gezicht was van vol rond met kleine oogjes en onderkin naar een totaal andere vorm. gegaan. Opeens had ik  een taille…
Onlangs had Gérard een foto van mij gemaakt met onze nieuwe hond Bowie. Ik had een witte driekwartbroek aan en een zwart shirtje. Ik kon gewoon niet geloven dat ik het was op die foto. Dat is toch een rare gewaarwording.

Passend

Ik hoor jullie denken: kijk je dan niet elke dag in de spiegel? Jawel, in de badkamer maar dan heb ik vaak mijn bril nog niet op. Ik was gewend aan wie ik was in de ‘volslanke’ versie. Immers, zo zag ik er de laatste 20 jaar uit, toch al was ik natuurlijk de laatste jaren op mijn alle dikst met 122 kg. Maar dat was geleidelijk gegaan.`
Mijn psycholoog legde me uit dat dikkere mensen in een soort bescherming van hun eigen lichaam zitten. Ze zijn groot en massief; er komt ’iemand’ binnen waar je niet zomaar overheen kijkt. Ik was dan van binnen wel onzeker maar dat straalde ik niet uit als ik de mensen in mijn omgeving moet geloven. En mijn nieuwe lichaam maakte me onzeker terwijl ik juist blij moest zijn. Achteraf bekeken bevond ik me toen al in de fase die op een burn-out afstevende.

Einde tijdperk

Nu heb ik vele jassen uitgedaan, van maat 52 naar maat 42. Zelfs mijn bureaustoel is me te groot. Eindelijk zou ik in het stoeltje van onze oldtimer Ferrari passen die mijn man in zijn midlife-crisisperiode had aangeschaft tien jaar geleden, en binnen een jaar alweer had verkocht. Destijds was dat een extra stimulans om af te vallen, hetgeen steeds niet lukte. Toen dus ook niet.

Ik denk dat ik nu het punt heb bereikt, dat ik kan stoppen met deze column Van de Dikke naar de Dunne. Veel dunner zal ik niet worden, ik heb een gezonde BMI en de artsen zijn tevreden.

Dankbaar

Ik wil jullie, mijn trouwe lezers, danken voor de steun die ik mocht ontvangen tijdens deze ingrijpende beslissing, de dagen na de ingreep en de afgelopen 17 maanden. Het is niet niks, een Gastric Bypass Operatie. Je zit levenslang aan de gevolgen vast: zorgen dat je 6 x per dag eet, dat je voldoende eiwitten binnenkrijgt. Er moet een half uur tussen eten en drinken zitten, je moet toch 1,5 liter vocht binnenkrijgen terwijl drinken niet meer zo makkelijk gaat als voorheen en de keuze beperkt is.
Altijd extra vitamines slikken en goed in de gaten houden dat je niks verkeerds eet of net dat hapje te veel, want dan krijg je een dumping. Het gaat me gelukkig allemaal goed af en daar ben ik heel dankbaar voor. Dankzij deze stap voel ik me fitter, slik ik geen medicatie meer voor te hoge bloeddruk en kan ik kilometers fietsen en wandelen zonder problemen. En durf ik eindelijk te zeggen dat ik best trots ben op mezelf.

 

Gele brem

 

 

Ik zag de gele brem
En dacht aan hem
Een warme gloed
Trok door mijn lijf
Blijf, alsjeblief blijf
Dicht bij mij
Maak me blij

Herinneringen aan vele dagen
Vervagen
Door de vele jaren van gemis
Maar het is
Vandaag alsof het gisteren was
Dat hij mij voorlas
Me toestopte in mijn bedje
Met een avondgebedje

 

 

Op slot

 

“En het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor. Het is zo stil in mij”.

Wie had ooit gedacht dat deze tekst uit een liedje van Dik Hout zo de spijker op de kop zou slaan. Ik, die altijd met teksten bezig ben, verhalen zie in wat ik onderweg hoor of tegenkom. Ik die altijd wel iets weet te verwoorden, was zonder woorden.

Een raar griepvirus, overgewaaid uit China, waar in het begin iedereen luchtig over deed, legde in enkele weken heel Europa plat. Eerst Italië, dat leek nog ver van ons bed. En bovendien leefden de Italianen heel anders dan de Nederlanders en de Belgen dus het zou hier zo’n vaart niet lopen..

Lockdown

16 Maart 2020: Lockdown. En ik sloeg op slot. Hittegolven, hartkloppingen en nare gedachten vochten om het hardst en wilden eruit. Rennen, maar mijn benen weigerden. Gillen, maar mijn stem verstomde. Ik viel flauw maar kwam weer bij en alles begon opnieuw. Mijn darmen raakten ontregeld, in twee weken tijd verloor ik tien kilo. Iets wat nog een doel was na de Gastric bypass operatie van een jaar geleden en waarvan ik dacht dat het me niet zou lukken. Dat negentig kilo het gewicht was dat bij mij paste. Ik was in totaal dertig kilo kwijt; volgens de chirurg een zeer goed en acceptabel resultaat. Een maand na mijn laatste controle waren dat zijn woorden en nu slobberden al mijn kleren rond mijn lichaam met nog eens die extra tien kilo’s gewichtsverlies door de stress.

Paniek

Mijn ‘vergeten’ paniekstoornis was terug. In alle hevigheid. Aangewakkerd door de coronacrisis. Getriggerd en vlamgevat. Honderden doemscenario’s: Wat als onze winkel moet sluiten? Dan gaan we failliet. Moeten we ons huis uit. Wat als mensen geen inkomen meer hebben en niks meer bij ons kunnen komen, dan gaan we failliet.
Winkels met lege schappen; hoe moeten we aan boodschappen komen en dan had ik het niet over toiletpapier. Onze eerdere investering in een douche-toilet was nu een godsgeschenk aangezien heel Nederland en België opeens zonder wc-papier zat. Er was in de supermarkt opeens geen aardappelen, rijst of pasta meer te krijgen. Geen groenten, geen melk. Mensen waren compleet doorgedraaid en gaan hamsteren.

Op slot

De grens van België naar Nederland ging op slot. Totale lockdown. Winkels gingen dicht, bedrijven sloten hun deuren. Alleen de supermarkt, apotheek en bakker mocht nog geopend blijven en je mocht alleen in je eigen dorp om boodschappen.
Gelukkig voor ons was de Nederlandse regering iets minder rigide dan de Belgische en viel onze winkel in Dordrecht onder een voedingsmiddelenwinkel. We verkopen sigaretten en tabak, kranten, tijdschriften en zijn een postagentschap en hoorden daardoor bij eerste levensbehoeften. Toch zaten we bij iedere persconferentie van premier Rutten gespannen bij de televisie te luisteren of we alsnog dicht moesten. Ons hart ging uit naar alle bedrijven en organisaties die hun deuren moesten sluiten.
Een uittreksel van de Kamer van Koophandel samen met paspoort en verblijfskaart verschaften mijn man en zonen toegang aan de grens om toch naar onze winkel in Nederland te mogen rijden.

 

Oorlog

De oorlog in mijn hoofd woedde verder; al die mensen die opgenomen werden op de IC, straks lagen alle ziekenhuizen vol en wat dan? Een klein beetje ratio bleef sudderen, de meest kwetsbare mensen in onze samenleving vormden het grootste risico voor dit gemene virus. Mensen met hart- en/of longproblemen, hoge bloeddruk, onderliggend falen, diabetes…. Gezonde mensen zouden besmet kunnen worden maar slechts lichte ziekteverschijnselen vertonen zoals bij een gewone griep. Daar hield ik me aan vast. Maar ondertussen dacht ik aan alle kwetsbare cliënten op mijn werk. De paniek werd erger en erger. ’s Nachts en onder de ochtend, overdag. Ik ging naar de huisarts en vroeg om medicatie. Ik had tot vorig jaar ruim twintig jaar lang medicatie tegen paniek geslikt maar door de GBP-operatie was ik daarmee gestopt. Deze medicatie werkte met een langzame afgifte en dat ging niet meer met mijn nieuwe maag-darmsysteem waarbij alle voedingsmiddelen binnen een half uur mijn maag verlaten. Ik had nadat ik gestopt was een jaar lang nergens last van en dacht dat ik de paniek ontgroeid was. Dat ik wellicht 20 jaar voor niks medicatie had geslikt… Totdat het coronavirus de trigger werd.
De nieuwe medicijnen moesten langzaam worden opgebouwd en het zou minstens vier weken duren voor ik er baat bij zou hebben. Sterker nog; in het begin zouden de klachten verergeren. Ik bevond me in een nachtmerrie.


Hulptroepen

Ik zocht hulp bij een psycholoog, eentje die EMDR-therapie kan toepassen. En ik heb een hele goede gevonden. Gaandeweg de wekelijkse sessies komt er natuurlijk wel wat shit bovendrijven. En na twee maanden leek het bereikte evenwicht nog helemaal niet zo evenwichtig als ik had gehoopt. Of mezelf had opgelegd. De lat.

 

De Lat

Balancerend op het koord
Houd ik de lat vast
Ik heb het zelf in de hand

Als hij te hoog gaat
Val ik van het koord

Schuif ik wat naar links
Of misschien beter naar rechts

Het is wikken en wegen
Voorzichtig schuif ik een stapje
Naar voren op het wankele koord
Durf ik mijn voet op te lichten
En langzaam langs de andere te schuiven

Of blijf ik beter even hangen?
Of moet ik soms een stapje terug

Als ik eindelijk naar mezelf durf te kijken
Daar balancerend op dat hoge koord
Zie ik een vangnet

Als ik val
Is het niet voorbij
Er is een stevig vangnet
Een vangnet dat veert
Meebeweegt en
mijn val stabiliseert

Ik heb geluk gehad
En dank alle handen
die dit vangnet
zo stevig
voor mij vasthielden.

Open

Mijn werkgever en de bedrijfsarts hebben me alle ruimte gegeven om te herstellen. Daar ben ik zeer dankbaar voor. Ik voelde me zo schuldig, net een nieuwe baan en dan dit. Maar met schuldgevoel kom je niet verder, je hebt er niet om gevraagd.

Ik ben deze week weer parttime begonnen met werken. Ik geniet weer van de mooie natuur, voel weer hoe is het is om gelukkig te zijn. Ik ben terug in de maatschappij. De landsgrenzen zijn weer open, ik vertrouw op mezelf dat ik weet wanneer ik mijn eigen grenzen even moet sluiten zodat ik nooit meer voor een totale lockdown kom te staan.

Jij ook

 

Waarom ben ik hier zo openhartig over zullen sommigen zich afvragen. Omdat ik wil laten weten dat je niet alleen bent, of raar bent als het even psychisch niet gaat zoals het zou moeten, zoals je wou willen, of zoals mensen van je verwachten. Om te laten weten dat je diep vanbinnen de kracht hebt om te vechten en weer op te staan. Ook jij.

En dat het iedereen kan overkomen ook al denk je van niet. Ja ook jou, zelfs jou.

 

 

 

ontwortelt

De storm
Raast buiten
Breekt takken
Huilt mee

De storm
Raast binnen
Breekt mijn hart
In twee

Ontwortelt
Verloren
Huil ik, huil
Als een wolf
Eenzaam
In de wind
Om jouw
Mijn liefste
Hondenkind

Dag trouwe vriend

Chad, gaat ie mee?
Hoe vaak hebben we dat niet gezegd
Dan hield je je koppie scheef
En je staartje kwispelde er op los

 

 

Afwachtend bleef je even staan kijken
Gaan ze echt met me uit
En dan vloog je naar de gang
Wachtend bij de deur
Tot je riem werd aangelijnd

Overal snuffelen
Duizend keer een plasje doen
Zoeken naar het juiste plekje
Paar rondjes draaien en dan
Je poepie doen
Daarna weer parmantig
Met je staartje in de lucht
Door de polder of de Velodreef

Je lag zo graag bij Sven als hij ging draaien
En bij Max achter in tuin
Of bij Gérard achter op de fiets
En met mij toeren in de cabrio

Dertien jaar was je onze beste vriend
Altijd blij en vrolijk
Nooit een slecht humeur
Soms ondeugend en als je je kans zag
Ging je ervandoor
Wetend dat we de auto zouden starten
Alleen dan konden we je vangen
En moesten we met meneertje een eindje gaan rijden
Liefst in de auto met het dak omlaag
Of anders met je koppie uit het raam
Je haren wapperend in de wind

Nooit meer je trippelpootjes op de houten vloer
Nooit meer je kenmerkende blafje als je een koekje wou
Of een ander blafje als je water op was
Je had ons zoveel te vertellen
Hele verhalen
Maar de laatste weken was je radeloos
En wij ook
Kon je maar vertellen wat er was
Je gaf ons nog een ongelooflijke laatste wandeling
Jouw herinnering aan ons allemaal
En toen moesten we je laten gaan
Het moeilijkste besluit van ons leven

Lieve Chad, Je blijft altijd een deel van ons gezin
We gaan je zo hard missen
Het voelt zo stil en leeg
Nu jij er niet meer bent
Chad, onze stoere vent
Dank voor trouwe liefde

Van de Dikke naar de Dunne – Goed in je vel

Gisteren ging ik weer trainen bij de fysio in mijn woonplaats Essen. Ik was dit keer om 19.30 uur ingeboekt en het was een drukke bedoening en verre van saai. Mijn fysiotherapeute annex personal trainer had vier klantjes tegelijkertijd in plaats van de gebruikelijke twee. Dat gaf de nodige ambiance omdat ze zelf ook aan topsport deed die avond.

 

Topsport

De ene heb ik al vaker gezien, het is een man van rond de 30/35 en is slank. Hij beweegt vrij houterig en krijgt de moeilijkste oefeningen van ons allemaal en ik heb enorme bewondering voor hem. Je ziet dat hij pijn heeft maar opgeven staat niet in zijn woordenboek. De andere jongeman is denk ik een voetballer of sporter met een sportblessure, hij spreekt geen Nederlands. Het valt voor onze PA niet mee om hem allerlei lastige oefeningen uit te leggen in het Engels.
Vandaag was er een nieuwe klant, een oudere man. De oudste in de oefenzaal. Hij stond voor mij op in de wachtkamer en liep de oefenzaal in, zijn kaki broek met vele zaken hing op half elf.  Hij sjokte op zijn sandalen naar de loopband. “Willy, ge gaat eerst tien minuten warmlopen op de band”, legde Nathalie uit. [Willy is niet zijn echte naam natuurlijk (privacygevoelig) maar ik vind hem wel toepasselijk.] “Ik zet het programma op de Wildertse Duintjes Willy”, vervolgde Nathalie. Willy snapte niet één-twee-drie dat het parcours berg op en af zou gaan. Onze doorgewinterde sporters kende dit trucje om spieren te trainen en conditie te verbeteren al langer. Willy kreeg het al snel heel warm in zijn truitje met gebreide spencer. Hopelijk is hij de volgende keer zo slim om een sporttenue aan te trekken. Gedurende het uur heb ik me kostelijk vermaakt met onze Willy, het was duidelijk zijn eerste keer en zijn rijke fantasie was een aangename aanvulling op ons sportuurtje en spoorde mij aan tot schrijven. Hij had wilde verhalen over zijn jeugd toen hij aan surfen deed. Op de evenwichtsplank was hier niet zo veel meer van te merken gaf hij grif toe met de nodige zelfspot. Het was lang geleden dat ik zo gelachen had tijdens de training, eigenlijk niet meer sinds ons ‘zomerjurkje’ bij de bewegingsgroep van het Bariatrisch Centrum. Zelf was ik best trots op mezelf, een uur sporten gaat steeds beter, waarvan ook 10 minuten op de crosstrainer; wie had dat ooit kunnen denken met mijn knie en achillespeesproblemen van weleer.

Goed in mijn vel 

Ik besefte dat ik weer vaker kan lachen, op het werk hadden we ook al dubbel gelegen tijdens de vrijdaglunch. Ik had van de Sint en Vodafone een nieuwe gsm gekregen en mijn kinderen gevraagd hoe ik e.e.a. van de oude over moest zetten. “Moet ik eerste een back-up maken op mijn laptop?” vroeg ik hen. “Nee joh, ik stuur je wel even een YouTube filmpje”, appte de oudste. Maar onze whizzkid Max had een betere truck. “Kijk, zei hij: je legt de nieuwe naast de oude en ze bestuiven elkaar.”  Dat vertelde ik dus aan mijn ICT-collega’s tijdens de lunch. “Een paar minuten telefoonsex; het is in een wip gebeurd. Ik moet alleen nog een nieuw hoesje kopen, een condoom voor mijn telefoon lijkt me wel veilig met deze nieuwe technieken want ik vraag me af hoe veilig het is om mijn telefoon naast de jouwe te leggen.”  Allerlei hoesjes passeerden de revue en op een gegeven moment kwamen we op badmutsen, vraag me niet hoe, en Henk K had duidelijk geen badmuts gebruikt want hij heeft wel vier kinderen. Het ging van kwaad tot erger. Met spierpijn van het lachen vervolgden we die middag met hernieuwde energie en werklust onze werkzaamheden. Het was weer eens ouderwets gezellig. Het einde van het transitiejaar komt in zicht. Op 1 januari a.s. vindt de juridische fusie plaats. De directie doet haar best om iedereen binnen boord te houden. Dat de lange onzekerheid spanningen oplevert hoef ik niet uit te leggen. Voor mij persoonlijk kreeg ik deze week goed nieuws, hierover volgende keer meer. Ik hoop dat ik van de collega’s in de enorme kantoortuin binnenkort ook mooi nieuws mag horen.