Column

Who the fuck is Alice?

Overdag televisiekijken als je ziek bent levert interessant voer voor een volgende blog. En voor overpeinzingen over Who the fuck is Alice?

Zweten

Op de valreep van het jaar werd ik nog even gegrepen door de griep. De eerste dagen bracht ik klappertandend door in bed. Een flanellen pyjama over een gewone pyjama, dikke sokken en een warmtedekentje wisselend van positie bij voeten, rug, buik, voeten, benen enzovoort. Ik werd maar niet warm. Tot het zweten begon.
Na weer een nacht waarin ik driemaal van zomernachthemd was gewisseld , werd ik in de vroege ochtend uit mijn waterbed verdreven. Ik nam een verkoelende douche en trok daarna het natte beddengoed van het matras en dekbed. Vervolgens prees ik mezelf om de heldere ingeving in mijn met watten gevulde kop om het matras droog te krijgen. Nee, de optie om het zware boxspring matras rechtop voor de verwarming of open raam te zetten was niet aanwezig. Ik had de föhn zo gepositioneerd op mijn hoofdkussen dat de warme lucht over ruim de helft van het vochtige matras zou blazen. Het oversized dekbed van 240×260 paste niet in de droger en had ik over het balustrade bij de trap gedrapeerd waarbij ik de warmteventilator uit de douche op een omgekeerde wasmand had geïnstalleerd zodat ook hier warme lucht het tijk en dikke donsverenpakket kon drogen.

Opnieuw nat van het zweet maar geen fut meer voor een tweede douche, sleepte ik me naar beneden en kroop klappertandend onder twee fleecedekens op de bank.

Sorry, ik ijl even af

Overdag thuis en niks doen, het leek eeuwen geleden. Zo lang zelfs dat we inmiddels een smart-tv en Netflix abonnement rijker waren en ik dus als een digibeet met twee kastjes in mijn handen niet verder kwam dan ofwel grijze sneeuw of een zwart scherm met linksboven HDMI in beeld. Ik hoor jullie denken, ….maar bij ons heeft manlief de controle over de kastjes. Overigens heb ik helemaal niks te klagen want zoals hij de titel Vakantieman heeft gekregen om zijn mooie uitgestippelde reizen en perfect gekozen accommodaties, won hij ook een Nobelprijs voor het kiezen van de spannendste Scandinavische of meeslepende Engelse dramaseries.
Over zijn capaciteiten als ziekenbroeder spreek ik liever niet. Zoals jullie weten zijn mannen altijd liever zelf ziek,  meelijwekkend haast op sterven na dood. “Mag ik kippensoep schat en heb je een schone zakdoek?, of nee doe maar een koud washandje.” Of midden in de nacht “schat waar ligt de paracetamol?” Sorry, sorry, ik ijl even af.

De Max

Zuchtend en kuchend had ik de broertjesapp al ingetypt en net voordat ik op sent drukte met mijn rechterduim had mijn linkerwijsvinger ondertussen nog enkele knopjes van de afstandsbediening uitgeprobeerd. Opeens kwam Omroep Max in breedbeeld fullcolour de kamer binnen. Wat een heerlijk rustige zender als je met een zieke kop op de bank ligt. Echt De Max, top. De oudere, goed geconserveerde presentator knikte eens vaderlijk naar me. Ik voelde me al een beetje opknappen.

Met verbazing keek ik naar een aflevering over drie grote gezinnen met wel gemiddeld zeven kinderen. En waar moederkip nog steeds niet uitgebroed was! Wat bezielt mensen.

Alice in Wonderzorgland

De verbazing bleef toen ik een herhaling zag van Brandpunt+ van 28 november jl. over mijn naamgenoot Alice. Oké je schrijft het anders maar het klinkt hetzelfde. En Alice werkt net als ik in wonderzorgland. Weliswaar geen 30 jarig jubileum zoals ikzelf, maar Alice is volop in ontwikkeling en haar bachelor zit in de pocket. Alice is een zorgrobot voor eenzame ouderen. Ik betrapte mezelf op enige heuglijke gevoelens dat haar naam Alice was en niet Florence. Alice klinkt leuk en vrolijk en zo’n robot heeft ‘in Wonderland’ beter als achternaam dan ‘Nightingale’ nietwaar?

Verlichting

Wat is er tegenwoordige toch allemaal mogelijk met alle moderne technieken. Gefascineerd keek ik toe hoe de vader van Alice (dr. Johan Hoorn van de VU Amsterdam) uitlegde dat Alice ontwikkeld is om bij te dragen aan de ondersteuning van zelfredzaamheid, verbetering van kwaliteit van leven en het verlichten van eenzaamheid onder kwetsbare ouderen. Gelukkig sprak hij over verlichten van eenzaamheid.
Een team van medewerkers ging op pad om het nieuwe prototype van Alice voor te stellen aan enkele hoogbejaarde dames die zeer bij de tijd waren en goede feedback konden leveren om Alice nog slimmer te maken. Ook enkele 75plus mannen werden ingezet, zij mochten hun wensen over het uiterlijk van Alice kenbaar maken. Er was een blauwe Alice bij die zachte vormen had en ik voelde opnieuw diepe verbondenheid met de sociale Alice die niet alleen vriendelijk en belangstellend was maar ook heerlijk zachte rondingen had.

Instant gram 

De watten in mijn hoofd klaarden wat op en mijn hersencellen gingen verder nadenken over mijn naamgenoot. Mijn hart deed pijn dat er zoveel eenzame mensen zijn die het met een robot moeten gaan stellen. Juist omdat er zoveel werkloze jongeren zijn die doelloos op hun eigen robotje en forever best friend Mr Mobile hun conversatie oefenen met virtuele vrienden. Ze hebben het druk want ze hebben zeker 350 vrienden en volgers en vogelen wat af op Twitter en ook met huispoes Snapchat wordt beeldend gebabbeld. En je kan instant je gram halen als iets je niet zint.
Hier is de eenzaamheid net zo erg nietwaar? Zij weten als ze oud zijn niet wat praten is dus een sprekende zorgrobot zal dan waarschijnlijk weer uit de tijd zijn.

Alice & Elles

Ik snap niet helemaal waarom een robot de oplossing moet bieden terwijl de oudere mensen zoveel levenservaring kunnen delen met de jeugd van tegenwoordig die alle houvast kwijtgeraakt zijn in hun leven door deelpapa, bonusmama, stiefopa of grootouderloos zijn.

Toch ga ik mijn naamgenoot in de zorg goed in de gaten houden, misschien bestel ik haar wel als ik eens geen zin heb om mantelzorger te zijn op zaterdag. De naam is hetzelfde en wellicht zijn de antwoorden van Alice wel meer inlevend dan die van mij, want de knop om mijn robotversie aan te zetten heb ik nog niet kunnen vinden.

DigiD-vitaminen

Zo, mijn bedje is inmiddels weer opgedekt. De rust van het ziek zijn heeft ruimte in mijn hoofd gemaakt om mijn gedachten toe te vertrouwen een digitaal lege bladzijde. Alice zit nog in mijn hoofd, zou ze de oudere mensen ook kunnen helpen in de steeds ingewikkelder wordende digitale wereld, vroeg ik me af toen ik via de noodzakelijke DigiD-vitaminen mijn zorgpolis voor volgend jaar aan wou passen. Het leven voor ouderen wordt steeds ingewikkelder, het is niet alleen de eenzaamheid maar alles moet tegenwoordig digitaal. Ben je je sleutel verloren, je kan niet meer naar het politiebureau. Je moet het melden op de site verloren/gevonden voorwerpen. Wil je weten of de fysio nog in je zorgpakket vergoed wordt? Zoek het maar op op www.  Nog even en ook het overschrijven van rekeningen die betaald moeten worden kan niet meer met een papieren overschrijf kaart. Die jongeren zou hier dus ook mooi een helpende hand kunnen bieden als computerhelpdesk en de wisselwerking van leren converseren kan direct automatisch geïncasseerd worden.

Ik staar naar mijn scherm: Log in met uw DigiD. Met andere woorden “who the fuck is Elles?”.

 

 

De maat is VOL – deel 5 – Dipje

Sinds mijn operatie op 4 mei jl. kan ik niet zelf om boodschappen, en kan ik ook geen lekkere koekjes snaaien. Met gips en al ben ik op de weegschaal gestapt 119. Niet slecht, evenveel als van voor mijn ingreep maar nu met gips. Wat weegt een gipsbeen been eigenlijk?

 

 

 

Mijn lieve vriendin is op 12 mei heengegaan, na een zeer dappere strijd. Zij was de motivator om aan deze afvalrace te beginnen, immers ik had mijn eigen gezondheid in de hand en deed niks, terwijl haar de wapens werden ontnomen.

Ik dacht altijd dat ik geen troosteter ben, maar deze week toch echt WEL. Mijn lichaam schreeuwt om zoet.  We habben nog een klein stukje van de paashaas in de koelkast liggen maar nu niet meer. Gisteren bij bij de koffietafel na een ontroerende afscheidsdienst deed ik suiker in mijn koffie, ik dronk wel vier kopjes. En zette mijn tanden in een Belgische koffiekoek. ’S Avonds at ik een moorkop en lag de hele nacht met opkomend maagzuur in bed. Gelukkig werd er dus van bovenaf ingegrepen, ben jij dat Greet? Dit dipje zal me niet kwalijk worden genomen denk ik zo. Vandaag zal ik me herpakken, ik heb het jou en mezelf beloofd.

Ok ier ut ’t Zeeuwse – Ag ge maor leut et

carnavalAls kind van Zeeuwse ouders beperkte mijn carnavalse opvoeding zich tot de optocht op zondag in Halsteren en op dinsdag in Bergen op Zoom. Het mooiste vond ik de Peperbus die verkleed was in een boerenkiel met rode zakdoek. Zo’n dertig meter hoge kerktoren met olijke ogen en flaporen. Ruim 35 jaar later wordt in ingewijd in een Roosendaals spektakel: Prienseswaree.

Mijn vader was sigarettenvertegenwoordiger en kon in Brabant toch niks aanvangen met Carnaval, alles lag plat. In een cowboypakje (ja zelfs toen moest ik nog steeds als jongen verkleed, dus niet alleen met mijn Heilige Communie) stond ik dan met mijn vader – die alleen een rode zakdoek rond zijn nek geknoopt had – op een vensterbank van één van de monumentale panden in de Onze Lieve Vrouwenstraat in Bergen op Zoom.  Alles onder het toeziend oog van De Peperbus.

Wat ik ook prachtig vond was de oeroude antieke Brandweerwagen met Steketee op zo’n breed zadel achter een spuit waar met een ferme straal confetti uitkwam. Wee de mensen die op de eerste en tweede verdieping van hun huis met het raam open naar de optocht stonden te kijken. Die waren ‘nat’.

Jaren later zat ik op ’t Rijks (Rijksscholengemeenschap) in Bergen op Zoom en ging ik met een vriendin naar het carnavalsbal van school. Omdat ik totaal niet wist hoe ik moest “Carnavallen” besloot ik mezelf te verstoppen achter een oud mannenmasker en samen waren Petra en ik een oud stelleke die iedereen voor de gek kon houden met onze vermomming. Jaren gingen voorbij, ik woonde in Delft en Goes en had niks meer met carnaval te maken.

Totdat ik terug in Brabant kwam wonen en moeder werd. Ik wilde mijn kinderen een gedegen opvoeding geven en nam ze mee naar de optocht in Roosendaal (Tullepetaonenstad) en kindercarnaval. De oudste vond het vreselijk, hij liep gillend weg en wou direct terug naar huis. De jongste was een feestbeest (en dat had ie niet van zijn vader en moeder). Diverse schooloptochten heb ik meegeholpen met bouwwerken en als verkeersouder stond ik verkleed als ma Flodder de optocht te begeleiden.

En nu tien jaar verder dacht ik er toch vanaf te zijn… Maar niets is minder waar. In mijn leuke werk als freelance correspondent word ik opnieuw in het carnavalsgedruis gedropt. Gelukkig begint het rustig, in de nachtelijke uren in de parkeergarage De Biggelaar breng ik verslag uit van de Nacht van het Prienseswaree. Als dank voor mijn inzet mag ik van de redactie ook naar de voorstelling zelf. Wat een eer, want de kaartjes zijn nog geliefder dan voor een wedstrijd van Ajax – Feijenoord. Wat een leuke ervaring, dat Prienseswaree in de Kring. In een jasje van wereldbollenstof en een mooi zwart hoedje met een Press knop erop val ik niet eens zo uit de toon. Ik begin er plezier in te krijgen. En gisteren ben ik naar de optocht geweest in De Pin (Wouwse Plantage). Hoe leuk is het om al de groepen te zien die hun best hebben gedaan iets leutigs te verzinnen op het motto van dat jaar. Ag ge maor leut et druppelt langzaam mijn Zeeuwse bloed binnen… Alaaf.

Overdenking

liefdesboomDe tijd tussen Kerst en Oudjaar is voor mij altijd een periode om stil te staan bij het leven en het afgelopen jaar.

 

 

Na 9/11 was de wereld wakker geschud en volgden vele aanslagen. Toen Al Qaida werd opgejaagd door 007 en Osama bin Laden werd geliquideerd haalde ik enigszins opgelucht adem. Maar dat de wereld bang was werd duidelijk in de daaropvolgende crisis. Vele mensen verloren hun baan, ook ik raakte wegens bezuinigingen in de zorg mijn vaste baan kwijt. Gelukkig heb ik steeds tijdelijk werk kunnen vinden en ben ik enkele opleidingen gaan volgen. Ieder nadeel heeft zijn voordeel volgens goeroe Johan Cruijff. Tot de beelden van IS de wereld overgingen en je beseft dat horrorfilms helaas niet de fantasie van een of andere geflipte regisseur zijn, maar van godsdienstwaanzinnigen die uit de naam van Allah de meest verschrikkelijke dingen doen. Dit kan geen enkele God goedkeuren of hij nu Allah, God, Jaweh of Brahma heet.

Na het concert van Simply Red in het Sportpaleis in Antwerpen, enkele dagen na de gruwelijke aanslagen in Parijs in de nacht van 12 op 13 november, stapte een gekleurde man met baard uit de tram met een rugzakje. Ik hoorde iedereen op het perron zijn adem inhouden. De strenge bewaking bij de ingang van het sportpaleis door zwaarbewapende soldaten had ons een veilig gevoel moeten geven maar eigenlijk werd je er juist onrustig van. Het terreurniveau in Brussel staat op scherp terwijl niemand weet waar en wanneer een volgende aanslag gaat gebeuren.

Ik wil dit niet, ik wil 2015 niet in angst afsluiten. Ik wil denken aan de leuke dingen die ik meegemaakt heb, de warme rijkdom van mijn gezin,  familie, vrienden en vriendinnen, oude en nieuwe collega’s. Mijn opgedane kennis bij de schrijversacademie, de secretaressehogeschool en mijn leuke uitdagingen voor de Roosendaalse Bode. Mijn vingers die woorden vormen op het toetsenbord, de klanken van nieuwe muziek ontdekt en gemixt door ons eigen DJ Villion of zelf gemaakt door onze andere creatieveling DJ Felici, onze gekke hond die een taal spreekt die alleen wij verstaan. En last but not least: mijn ventje, die het toch maar voor elkaar krijgt om overeind te blijven met zijn winkel in deze moeilijke tijden en als een leeuw zijn gezin door de Jungle loodst met af en toe een blik in de tuin van Eden.

Ik wens iedereen een gelukkig en liefdevol 2016

Elles

Huisarrest

 

boek b

Soms zijn er van die dagen….dat je beter binnenblijft, een soort zelf opgelegd huisarrest dus.
Nu was ik al van plan om vanmiddag te gaan schrijven dus ik was redelijk op tijd opgestaan op mijn vrije zaterdag.  In de voormiddag had ik alle boodschappen al in huis, op één na. Die kan pas na 13.00 uur gedaan worden want eerder staan mijn vriendinnen van Kip aan ’t Spit niet op hun vaste stekkie.

Deze twee dames zijn elkaars geliefden, dat heb ik onlangs begrepen toen ik aan het einde van een zaterdagmiddag mijn warm gegrilde kippetjes op ging halen. De andere dame was al weg en de toonbank was geheel leeg en opgeruimd op mijn bestelling na. Ik vroeg aan de overgebleven dame of ze toch niet speciaal op mij had staan wachten? ‘Nee hoor madam, ik sta hier altijd tot half zes – zes uur maar mijn vriendin is onze kleine alvast gaan halen bij de oppas.

Opeens kreeg de slogan “heeft u zin, belt uw kippenvriendin” toch een iets andere lading en daar werd ik vandaag nog eens aan herinnerd. De kippenmadam is zeer, zeer vriendelijk, ze kijkt me altijd met twinkelende ogen aan. Zoals ook de jongen bij de viskar me weleens aankeek in de tijd dat ik zonder werk zat en van hem een extra visje toegestopt kreeg zo rond half vijf, met een vette knipoog en de boodschap: “omdat je mijn speciale klant bent.” (Nee ik behoor niet tot de Hema-clan die tussen 5 en half zes op koopjes jaagt omdat de verse artikelen dan voor de helft of zo weggaan).

Vandaag stond ik dus aan de kippenkar en dat ik een fout shirtje aanhad, had ik bij de Albert Heijn al ondervonden. Mijn boezem was iets te veel in beeld en dat had ik me niet gerealiseerd. Meestal heb ik een shawltje aan bij dit bloesje maar vandaag dus niet. Boze blikken van vrouwen in de Appie die hun mannen betrapten op gluren als ik voorover boog om iets in mijn karretje te leggen. Een zeer behulpzame man (met zijn moeder om boodschappen) die opeens ook mijn kratjes wel in de auto wilde tillen…

De kippenmadam was er ook door afgeleid, ik zag het aan haar blik. Ik had een potje extra saus gevraagd om de spareribs mee in te smeren omdat mijn kinderen dat zo lekker vinden, zelf had ik een kippenpoot genomen. Het was eenentwintig euro en ik had alleen twee briefjes van twintig die ik onder het potje had geschoven. Het kippenvrouwtje had de papieren zakken in een plastic tasje gestopt en keek naar me maar haar ogen raakten de mijne niet terwijl ze het potje oppakte en bij de rest in het tasje stak. Een harde windvlaag liet de twee blauwe briefjes de lucht invliegen, zo naar de provinciale weg. Ik liep er achteraan en probeerde er mijn voet op de zetten toen ik plots werd achteruit getrokken voor ik onder een auto zou lopen.
Ze was er als de kippen bij, mijn redster. Inmiddels had ik mijn voet al op één briefje en de andere waaide onder de truck door. Het leek me beter om niet voorovergebogen onder die aanhanger te gaan liggen voor er nog meer ongelukken zouden gebeuren.

Het briefje dwarrelde onder de kar door en werd aan de andere kant in veiligheid gebracht.

Om mij enigszins uit deze benarde situatie te redden zei ik: ‘goh, ik zei vanmorgen nog tegen mijn man dat het geld de deur uit vliegt en zie hier’. Ze gaf me lachend mijn wisselgeld en ik liep naar de auto. In alle hilariteit was ik nu ook mijn autosleutels kwijt. Die werden gebracht door een jonge man, die toen ik hem vriendelijk bedankte, aan zijn rode kleur te zien zijn beloning ook al binnen had!

Het kippenmadammeke hing in de deuropening van haar mobiele winkel te zwaaien en riep heel hard, “zeg voorzichtig verder hé vandaag”. Ik riep terug dat ik de rest van de middag huisarrest had.

 

Mijn handen

handen

 Handen, de betekenis van mijn handen

 

 

 

 

Mijn handen, ik gebruik ze de hele dag. De bruine vlekjes verraden dat mijn jeugd voorbij is en ook de dertig al ruim ben gepasseerd.

Toch staan mijn handen aan het begin van een nieuw leven als mijn vingers over de toetsen razen.
Zij doen dit al jaren maar altijd in opdracht van mijn baas. Nu ben ik baas over mijn eigen handen, als ik de woorden laat ontstaan die uit mijn binnenste naar boven borrelen.
Ik heb geen dameshanden, geen keurig gemanicuurde secretaresse nagels. Maar ook geen verweerde huid van het poetsen. Toch een beetje een dametje? Uiterlijk misschien wel in mijn keurige jurkjes voor mijn werk, netjes opgemaakt en kleurig gelakte teennagels. Maar aan mijn handen geen franje. Ik wil geen hinderlijke ringen of nagels die kunnen scheuren omdat ze zo lang zijn. Ik wil geen onnatuurlijk opgelegde gelnagels. Ik wil vingers die vrij kunnen bewegen, fladderen van geluk terwijl ik schrijf.

 

 

 

bestek

bestek

Mijn besteklade is een allegaartje. De standaard plastic verdeelbak paste er niet in dus zijn het losse kistjes van Ikea geworden. Keurig liggen de lepels bij de lepels, de vorken bij de vorken en de messen bij de messen. Alleen is niet iedere lepel of mes hetzelfde.

 

Ooit heb ik bij de Hema een 9-delig bestek gekocht maar daarvan is al een mes en vork vuilnisbak verdwenen samen met een overgebleven prakje op het bord. Er liggen ook dierbare herinneringen in mijn besteklade. Deze mogen absoluut niet in de vaatwasser en niemand mag ze gebruiken, alleen ik.
Een kromme lepel, daterend uit de eerste wereldoorlog en gemaakt van heel licht materiaal, zilverkleurig maar beslist niet van zilver of roestvrijstaal. De lepel is van mijn opa geweest en hij heeft er jarenlang alles mee gegeten, soep, pap maar ook zijn aardappelen. Later gebruikte mijn oma deze lepel om een schep beslag in het vet te laten vloeien met oudjaar als ze haar heerlijke oliebollen bakte.
Een ander geliefd voorwerp is een gekarteld mes met mintgroen handvat, hier at mijn oma altijd mee. Ze had er zes, in verschillende kleuren maar zij nam altijd het groene en ik heb het gepikt toen de erfenis werd verdeeld. Tot slot nog wat onderdelen uit een eerdere relatie, niet uit sentiment maar omdat ik simpelweg niet van verspillen houd.

De geur van Philip Morris en mijn pa

philipmorrisPhilip Morris Bergen op Zoom gaat sluiten. Een groot drama voor de circa 1200 medewerkers die per 1 september hun baan gaan verliezen en waarvan sommigen net niet meer hun pensioen gaan halen.

Persoonlijk is mijn link met Philip Morris een heel andere.

 

Eerst was het een grote concurrent. Mijn vader was immers sigarettenvertegenwoordiger bij de Koninklijke Niemeijer in Groningen; u weet wel van de Samson Shag, Javaanse Jongens en Roxy. Mijn vader was natuurlijk zwaar tegen Marlboro, maar rookte intussen zelf stiekem van de concurrent en stopte zijn Benson and Hedges sigaretten in een leeg doosje van Roxy. Roxy was ooit het merk van Johan Cruijff: “Rook verstandig, Roxy Dual”, was zijn reclameslogan. Als er weer een nieuw reclamefilmpje uitkwam van de sigaretten of Samson Shag mochten we altijd gratis naar de bioscoop. Of naar Pinkpop!

Als klein meisje mocht ik in de schoolvakanties altijd met mijn vader mee als hij winkels ging bezoeken.  Hij stuurde me als spion vooruit om bij de kassa  van de winkel te gaan kijken of er wel een meter Roxy sigaretten in het schap stond, want dat was de actie en daar kreeg de winkelier extra bonus voor. Of  ik moest bij kleine sigarenzaakjes binnen lopen, pakje kauwgom kopen en intussen controleren of de toonbankactie ook daadwerkelijk op de toonbank stond.

Het rayon van mijn vader bestond uit Zeeland en West-Brabant en we waren dus een hele dag onderweg om zo’n twintig klanten te bezoeken. Onderweg gezellig ergens lunchen: twee bruine boterhammen met kroketten en een kopje tomatensoep. Het Lotus koekje bij de koffie gaf mijn vader aan mij. Ik koop ze nog steeds…
Ook gingen wel altijd met zijn tweeën helemaal naar het hoofdkantoor in Groningen om zijn auto om te ruilen voor een nieuwere Ford. De laatste was heel chique, een goudkleurige Taunus (geen stationcar maar heuse sedan) en had geen reclameborden meer langs de zijruiten van de kofferbak. We verzonnen altijd een grappige zin met het nieuwe nummerbord om het beter te kunnen onthouden. Zo kreeg mijn moeder een nieuwe BH in ’92 met cub C (BH-92-CD)

Thuis hielp ik mijn vader in zijn garage met dozen vouwen of dozen klaarmaken met verschillende sloffen sigaretten, shag en pijptabak. Die heerlijke geur van tabak, zo anders dan de smerige sigarettenrook!
En die geur, die geur hangt vandaag nog altijd in de lucht als ik langs Philip Morris rijd. Ik draai mijn raampjes open, snuif diep, heel diep dit vertrouwde aroma in en voel me heel dicht bij mijn vader die ik al twintig jaar moet missen.
Afgelopen week toerde  ik in mijn auto met open dakje weer voorbij de fabriek van Philip Morris. Heimwee sloeg toe en dikke tranen rolden over mijn wangen. Mijn jongste zoon legde troostend zijn hand op mijn been: ‘dat vind je vast wel erg hè, mama? Dat Philip Morris weg gaat en je nooit, nooit meer die geur van je vader kan ruiken. En eigenlijk ruikt die zoete weeïge lucht best wel lekker. Kon ik het maar voor je in een flesje vangen.’ De lieverd.
Dus nu het nog kan, rijd ik er zo vaak mogelijk langs. Bergen op Zoom is het zelfde niet meer als Philip Morris dit najaar voorgoed haar deuren zal sluiten en de rook om mijn hoofd voor altijd is verdwenen.

Matje voorlopig in de kast (vervolg op Hangmatje en Komt een dokter bij de vrouw)

matjeNaarmate de operatiedatum dichterbij begint te komen, hoe onrustiger ik word. Dat is niet gek zult u denken. Wie zou er nu niet zenuwachtig zijn voor een ingreep, ook al duurt die maar een half uurtje en kan het zonder grote ritssluiting.

Een klein stemmetje in me, gaat steeds harder schreeuwen. Doe je er wel goed aan? Je kan niet meer terug. Wat als….

 

Ergens diep verborgen komt er opeens een flits tevoorschijn van een uitzending van de Tros; Radar. Met een scheef oog en één oor had ik, terwijl ik met iets anders bezig was, ruim een jaar geleden woorden opgevangen van matjes bij vrouwen met verzakkingen en incontinentieproblemen.
Ik ben er geen voorstander van, om bij vermeende kwaaltjes mijn PC in te duiken en internet af te surfen. Je komt hier de meest onmogelijke doemscenario’s tegen of verhalen van lotgenoten die weinig bemoedigend zijn. Zeg maar ronduit ontmoedigend! Je kan me beschuldigen van struisvogelpolitiek, om dezelfde reden lees ik bijna nooit een ,krant. Al die ellende in de wereld, ik word er niet vrolijk van.

Toch blijft het stemmetje zeuren en drie dagen voor ik onder zeil zou gaan en in (lees: met) een hangmatje zou ontwaken, deed ik het toch. Gisteravond pakte ik mijn laptop, opende Google en typte in: Radar uitzending gemist, matjes.

Bang! Kies maar uit. Ik klikte op de eerste beste link en zag Ria Bremer op mijn 17 inch scherm een inleidend praatje houden waarna twee dames in een filmpje vertellen dat hun leven een hel geworden is na het plaatsten van een kunststof matje. Ze konden niet meer fatsoenlijk zitten, hadden dagelijks pijn en seks was taboe.

Mijn hart sloeg over bij het zien van al dit leed. Snel klikte ik verder en kwam op de pagina van de Geneeskunde Inspectie, zag gesprekken met artsen die met hun handen in het haar zaten omdat zij nieuwe technieken hadden uitgeprobeerd terwijl er eigenlijk niks mis was met de oude methode. En nu vrouwen op hun spreekuur kregen met onomkeerbare klachten. De matjes vergroeien namelijk met het weefsel en kunnen niet meer verwijderd worden.

Ik besloot terstond de operatie te cancelen. Tenslotte is het hooikoortsseizoen voor mij op zijn einde en moet ik niet veel meer niezen. Ik heb namelijk respijt, een half jaar zeker, om uit te zoeken of er een andere oplossing is.

Het matje wordt dus voorlopig even in de kast gelegd.

 

Het laatste uur

klokOp 28 juni volgde ik een workshop Thrillerschrijven. Hier volgt mijn opdracht: spannend verhaal met onderwerp Afscheid – 500 woorden.

De ruitenwissers gaan gestaag heen en weer. Het ritme maakt me slaperig.

 

 

Ik open het raampje om wat frisse lucht binnen te laten maar moet het weer sluiten omdat de regendruppels binnen vallen en kringen achterlaten op de zijden stof van mijn azuurblauwe blouse. Met mijn rechterhand doorzoek ik mijn tas die op de stoel naast me staat. Mijn vingers tasten de gebruikelijke inhoud af, lipstick, parfumflesje, mobieltje, portemonnee. Ergens moet er een pakje kauwgom zijn. Al die vakjes. Geërgerd trek ik de tas op mijn schoot. Waarom koop ik toch altijd zo’n grote tas. Snel richt ik mijn blik naar beneden om vervolgens weer op de weg te letten. Het is gevaarlijk wat ik doe.

Opnieuw duiken mijn ogen in mijn tas en in een hoek zie ik het blauw van de verpakking. Hebbes.
De tas belandt weer op de stoel naast me en ik druk een kauwgommetje uit de verpakking, neem er direct maar twee. De frisse mint smaak prikkelt mijn tong en tranen springen in mijn ogen. De slaap is weg. Ik zet de radio wat harder.
De Tom-Tom geeft aan dat het nog een kleine drie kwartier rijden is. In gedachten probeer ik me voor te stellen hoe ik haar aan zal treffen. En wat het met me zal doen. Onze band was in de loop der jaren verslechterd. Mijn gevoel was langzaam, beetje bij beetje afgestorven. Dat van haar niet, nee dat was juist versterkt. Sinds de dood van mijn vader had ze zich aan me vastgeklampt als een drenkeling. In het begin voelde ik me verantwoordelijk om een aantal dingen te regelen zoals bankzaken, opruimen van zijn kleding en zijn hobbymaterialen. Maar haar egoïstische gedrag tijdens zijn laatste dagen had een onuitwisbare wissel getrokken, had een deel van mijn hart versteend, bevroren. En niets kon dit meer ontdooien.
Telkens als ik thuiskwam in mijn ouderlijk huis waar ik zoveel herinneringen had, miste ik mijn vader, zijn gezelligheid en belangstelling. Nu moest ik eerst een hoop klusjes doen en als alles wat ze kwijt wilde door haar gezegd was, vroeg ze vlak voor ik weer wegging: en met jou alles goed?
“Waarom kom je zo weinig?” vroeg ze op een dag. “We groeien helemaal uit elkaar.” Het kwam er verwijtend uit alsof het allemaal aan mij lag terwijl ik al zo vaak had aangegeven dat het een wisselwerking was.
“Straks is het te laat, en heb je spijt. Je hebt maar één moeder.”
Vanmorgen vroeg, nog voor de vogels hun ochtendlied zongen, ging de telefoon.
“Mevrouw Maas?” U spreekt met het Boerhaave Ziekenhuis. Uw moeder is opgenomen, ze heeft een hersenbloeding gehad. Ze ligt in coma.
Hoe vaak had ik aan dit moment gedacht? Aan het moment dat ze dood zou zijn. Wat zou ik voelen? Opluchting of spijt? Wat had ik nog willen zeggen of met haar doen?
Ik had er alleen nooit bij stilgestaan dat ik bewust afscheid zou gaan nemen. Gehoor zou geven aan haar laatste dwingende wens.
Nog 5 kilometer te gaan. De kilometerteller tikt de meters weg en de klok de minuten. Minuten waarin het moment van afscheid korter wordt en ik haar het leven zal gaan benemen. “geen kasplantje mama, ik heb het je beloofd.”