Archives for verdriet

De reizigers

 

 

Je stond daar op de Markt
van mijn verleden
het voelde bijzonder
jou daar te treffen
al eerder trof je mij
in mijn hart

juist
in deze stad
waar ik liefhad
en verloor
stond jij daar stralend
in het midden
op de Markt

onbekend
maar zo vertrouwd
verbonden door woorden
en koffers met bagage
omhelsden wij elkaar

Al is jouw koffer
zwaarder dan de mijne
doet dat niks af
aan onze reis

ik liep eerder
onwetend
over een strand
waar jij later zou lopen
zag dit jaar dezelfde zee
en had jouw verhaal
mee
in mijn gedachten
liep ik langs strandhuisjes
terwijl jij geen thuis meer had
hoe moest dat voelen
in een ander land
een vreemde stad

zonder familie
met nog één persoon
die je zo koestert
samen op survivaltocht
en dan is het stil
jaren verstrijken
opeens ben je daar
slechts een grens
van mij vandaan

ik steek over
en zie je staan
midden op de Markt
van mijn verleden
start een nieuw begin
vriendschap tussen
twee reizigers

 

 

 

Feest

 

 

Het was feest
jouw man werd vijftig
en vierde met nog twee vrienden
een feestje zoals jij ze zo graag had

Jouw foto hing op de wall of fame
in een prachtig gouden frame
Zo was je er toch een beetje bij lieve schat

Laat de zon in je hart
jouw favoriete lied
werd gedraaid door de DJ
En iedereen zong mee

De witte wijn vloeide rijkelijk
in jouw voor altijd lege glas|
jouw lieve ventje deed zijn best
Net als de rest

Jouw naam vloeide over onze lippen
Tranen werden weggeslikt
We moeten het leven vieren
Dat was jouw grootste les

Ik zag je dansen
Je haren glanzen
Je ogen schitteren

Even stond ik me dat toe
Het gevoel daar met jou
op de dansvloer
tussen jouw vriendinnen
en al degenen die jou beminnen
jou zo ontzettend missen

en de pijn is scherper
dan ik hebben kan

Allerheiligen – Voor Jou

Allerheiligen
Voor Jou

Een cognackleurig lederen jackje
donkere haren wapperend in de wind
fier rechtop zittend op de fiets
op een gewone ochtend
reed je voorbij de school
mijn hart klopte in mijn keel
toen ik je inhaalde

tranen rolden over mijn wang
toen ik
tegen beter weten in
een blik wierp in de binnenspiegel
en zag
dat haar gezicht
niet het jouwe was
Is het nog maar pas
dat jij daar nooit meer fietst
en ons achterlaat
met niets
dan een mooie herinnering
in een huilend hart

De Gesloten Deur

 

deur

Ruim 20 jaar was ik directiesecretaresse in een prachtig ziekenhuis. De deur op de foto gaf toegang tot de bestuurskamer. Na de verbouwing werd het de deur naar het kantoor van mijn geliefde baas, de directeur patiëntenzorg. Onlangs passeerde ik deze deur en kon niet anders dan een gedicht aan hem opdragen. In memoriam Willem van der Pompe

 

 

 

 

De Gesloten Deur

Mijn geliefde
diep gekoesterde
voor eeuwig
gesloten deur
Mijn hand streelt
jouw geharde bronzen schild
volgen de grillige contouren
die mijn hart
opnieuw beroeren
Het hout onder het harnas
van kleur
van deze bijzondere deur
hebben jouw geur
niet kunnen vangen
maar toch ruik ik je
alsof het gisteren was
Willem II sigaar
opgegaan in rook
vergaan tot as
Och Willem
Was je nog maar…

©Elles Jansen
02 juni 2016
in memoriam Willem van der Pompe
directeur patiëntenzorg Franciscus Ziekenhuis Roosendaal

Woorden

vlag wereld

 

 

 

 

 

Woorden
Van troost
Van onvermogen
Verdriet verlamd

Woorden
Lege omhulsels
Valse beloften
Kwetsend uitgesproken

Woorden
Over liefde
Over geluk
Vertrouwen bloeit

Woorden
Voor vrijheid
Vrijheid van Geloof
Geloof in Vrede

Nirwana

weerwolf

Donkere wolken zwart als de nacht
verduisteren
mijn hoofd

Weigerend lichaam
telkens weer
een andere storm
trotserend

Huilend
als een weerwolf
doorklieft
mijn kreet
het eindeloze
donkere dal

IJselijk kil
de lucht bevriest
mijn geest
ontsnapt
uit de klauwen
van de duisternis

Hunkerend
naar het licht
van
warme zonnestralen

Opeens verschijnt
uit het niets
een langgekoesterde
droom
Of lijd ik
aan gezichtsbedrog
zie ik slechts
luchtspiegelingen
in de dorre woestijn
een nirwana

Gedragen
door
een ontembaar vuur
drijf ik
als een luchtballon
op weg
naar een nieuwe horizon

Nog even

vaderHet was op een vrijdag. Eigenlijk waren de weken ervoor ook dramatisch maar dat besefte ik pas later, toen het ergste verdriet plaats maakte voor de vele overpeinzingen die volgen als je terug gaat in de tijd van je herinneringen.

 

 

Mijn vader was een hartpatiënt. Tien jaar eerder was hij in de tuin aan het werken toen hij niet goed werd. Hij is naar binnen gegaan en heeft een borrel genomen, later bleek dat hij een hartinfarct had gehad. Mijn vader was toen 58 jaar en werkte als vertegenwoordiger bij een sigarettenfabrikant. De druk om te presteren was hoog en na jaren in West-Brabant en Zeeland gewerkt te hebben, werd mijn vader naar het drukke Rotterdam gestuurd. Op zijn leeftijd. Hij had een ijzeren staaf in de kattenbak van zijn stationwagen liggen omdat hij bij het uitladen van zijn auto al regelmatig was bedreigd. Kan je het je voorstellen? Om stomme sigaretten?
Na zijn infarct volgde een tien uur durende open-hart operatie in De Klokkenberg in Breda. Mijn moeder en ik, erg close nog in die tijd, waren de hele dag samen en werden ieder uur gebeld over het verloop van de operatie. Het was allemaal goed gelukt, drie omleidingen had hij gekregen. We mochten naar Breda komen en bij hem zijn als hij zou ontwaken uit de narcose. Nooit meer zal ik vergeten hoe mijn vader daar lag, in dat ziekenhuisbed op de Intensive Care. Aan allerlei apparaten en slangen. Lijkbleek, zijn gezicht vertrokken van de pijn.
“Ik ga nooit meer roken” zei hij met droge, gesprongen lippen en krakende stem. Een jaar later was hij deze belofte al weer vergeten.

Op 16 april 1994 kreeg ik tijdens mijn werk een telefoontje. Mijn vader was opgenomen in het ziekenhuis in Bergen op Zoom. Hij had opnieuw een hartinfarct gehad. Ditmaal zag het er allemaal niet zo mooi uit. Door de vorige operatie waren er verklevingen en het was ook onzeker of zijn eigen aderen uit zijn benen gebruikt konden worden voor nieuwe omleidingen.
Die zondag zat mijn huis vol met verjaardagsvisite voor mijn man, ik heb de boel de boel gelaten en ben naar Bergen op Zoom gereden om mijn vader op te zoeken. We waren maar met zijn tweeën, mijn vader en ik. Hij keek terug op zijn leven met mijn moeder. Ze hadden nooit bij elkaar moeten blijven.

Op de IC kregen mijn moeder en ik enorme ruzie aan het bed van mijn vader. Mijn vader wist inmiddels dat het niet goed zat en dat hij als hij terug thuis zou komen, niet meer kon gaan etaleren. Dat deed hij na zijn pensioen om een centje bij te verdienen. Hij vroeg mijn moeder of hij dan af en toe haar auto kon lenen maar daar deed ze vreselijk moeilijk over. Hij moest maar een brommertje kopen. Wat haatte ik haar op dat moment.

De volgende ochtend kreeg ik telefoon, het was Secretaressedag. Ik had net van mijn baas een enorme bos fluweelrode rozen gekregen. Ik heb ze nooit meer in een vaas zien staan.
In sneltreinvaart ben ik uit het ziekenhuis waar ik werkte naar het ziekenhuis in Bergen op Zoom gereden. Mijn moeder stond bij de spoed, mijn vader werd op een brancard de ambulance in gereden. Wij volgenden de ambulance naar Breda. Die donderdagavond ging ik nog op bezoek bij mijn vader. Ik gaf hem een kus en zei: ik zie je morgen. Hij was bang, vreselijk bang. De volgende ochtend, vrijdag 22 april, heb ik hem nog gebeld voordat hij naar de OK ging. Tot straks papa.
Ik ging die dag naar mijn moeder. De het was bewolkt maar ik wilde het gras maaien. Dat had ik tien jaar geleden ook gedaan. Ik wilde de tuin mooi maken voor mijn vader zodat hij als hij thuis kwam, lekker van de tuin kon genieten zonder dat hij er iets voor hoefde te doen. Mijn moeder zat binnen in de kamer overhemden te verstellen, knopen aan te naaien. Ieder uur werden wij op de hoogte gebracht van de vorderingen. Het openmaken van het borstbeen, de moeilijkste fase van de ingreep door de verklevingen, was goed gegaan. Er waren bloedingen maar die waren gestelpt.
Een uur later weer telefoon, de aderen uit zijn benen waren bruikbaar en de omleidingen waren aangelegd. Alles verliep buitengewoon goed.
De zon brak door, het zou goed komen. Ik wist het zeker. Tien jaar geleden brak de zon ook door. Een dejavu…
De telefoon ging weer. Ik liep naar binnen en hoorde op de radio het nummer van Santana. En de grond zakte onder mijn voeten vandaan. Nog voor mijn moeder in hal een kreet slaakte en het overhemd uit haar handen liet vallen.
Ze hadden alles geprobeerd, mijn vader moest van de hartlongmachine losgekoppeld worden om zelf weer zijn hart het werk te laten doen. Dit was niet gelukt. Ze hadden hem terug aan de hart-longmachine gelegd maar nu moest hij toch echt zelf verder… maar zijn hart, zijn warme hart dat altijd voor iedereen alles overhad, had het hart niet om mijn vader terug bij ons te brengen.
Het gekke is, dat ik het gezicht van mijn vader nooit meer voor mijn geest heb kunnen halen. Alsof er een soort beschermingsmechanisme in mij in werking is gesteld. Er is ook niet één foto te vinden waarop mijn vader recht in de camera kijkt. Alle foto’s zijn en profiel.
Nog altijd kan ik die eerste tonen van Santana niet verdragen, mijn keel knijpt dicht en ik krijg geen lucht. Maar mijn vader, hij leeft verder in mij. Ieder dag. Zijn muziek komt altijd te hulp op moeilijke momenten in mijn leven. Dan is daar opeens bijvoorbeeld “In the Summertime” van Desmond Dekker and the Aces op de radio. Of komt er met Kerst als ik aan het winkelen ben en bij een etalage sta, een dixieland jazzbandje voorbij gelopen “All of me” spelend.
En nu ik zelf kinderen heb zie ik de Jansen-karaktertrek overduidelijk terugkomen in onze jongste zoon. Wat zou hij ervan genoten hebben, van zijn kleinkinderen. Ach, kon ik hem nog maar heel even…

 

Het regent harder dan ik hebben kan

regen

 

 

 

 

Voor mijn vader

Soms schijnt de zon
onverwacht
breken de stralen
door het wolkendek
huppel je opeens
door de straten
en kan je alles aan

Maar vandaag
drukt
een zware wolk

op mijn gemoed
donkere luchten
verduisteren
mijn 
zon
stilte voor de storm
onheilspellend
om wat er komen gaat

De telefoon rinkelt
opeens staat de wereld stil
Je bent niet meer
totale zonsverduistering


En het regent
harder
dan ik hebben kan